Waarom verdween hennep?

 

Als hennep zo'n fantastische plant is, waarom verdwenen ze dan uit onze landbouw? In de zoektocht naar een verklaring moeten zowel economische als politieke factoren in rekening worden gebracht.

Op het einde van de 18de eeuw evolueerden de productiemethoden in de katoenteelt in dergelijke mate dat het een veel goedkoper alternatief werd. Een andere industriële omwenteling die een zware klap toebracht aan de hennepteelt was de ontwikkeling van stoomtechnologie. De koopvaardijvloot werd nu door motoren aangedreven i.p.v. zeilen. Ook touw was niet langer een essentieel product en de touwindustrie ging ten onder, dit terwijl de touwslagerij steeds een belangrijke economische sector was geweest. Hennep werd nog steeds lokaal verbouwd maar niet met commercieel opzet. Hennep verloor terrein ten aanzien van katoen en rayon en later kwamen daar ook synthetische vezels bij. Nylon was het eerste product dat uit petroleum werd vervaardigd. Traditionele touwen werden vervangen door synthetische alternatieven, ondanks het feit dat ze niet sterker waren (wel lichter in een aantal gevallen).

Dat petroleum geen hernieuwbare grondstof is, was in die tijd een argument zonder enige impact. De enige reden waarom hennep vervangen werd door synthetische alternatieven uit petroleum was de lagere kost van de synthetische massaproductie.

In de jaren 1930 werd de hennepteelt in een steeds groter aantal westerse landen verboden onder het mom van de aanwezigheid van de drug THC. Marihuana wordt nochthans gewonnen uit andere variëteiten dan industriële hennep. Hennep werd echter het slachtoffer van de anti-drugs wetgeving van die tijd. Interessant om weten is dat hennep in België reeds in 1921 het slachtoffer werd van de anti-drugswet. De VS verbood hennepteelt in 1937 en Canada volgde in 1938. In Europa en Canada is de teelt van hennep ondertussen weer toegelaten, de VS nog steeds niet.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd het verbod op hennepteelt korte tijd opgeheven omdat de toevoer van alternatieven (abaca, jute) werd onderbroken en de synthetische productie niet aan de vraag kon voldoen.

Als we echter naar het politieke en economische klimaat van de jaren 1930 kijken, is het duidelijk dat een aantal industriële sectoren er alle belang bij hadden om hennep in dat verdoemhoekje te houden. Activisten hebben in detail beschreven hoe de papier-, plastiek-, katoen-, auto- en olie industrie zich bedreigd voelde door mechanische ontwikkelingen die de verwerking van hennep commercieel interessanter zou maken. Dit manifesteerde zich op allerlei vlakken. Zo had Rudolf Diesel al in 1893 een motor ontwikkeld met de bedoeling te rijden op plantaardige olie (o.a. hennepolie), maar industriële lobby’s hebben ervoor gezorgd dat we op fossiele brandstoffen rijden. Ook Henry Ford ontwierp en ontwikkelde een kunstvezel auto die volledig gemaakt was uit plantaardig landbouwafval (vnl. soja maar ook cellulose en hennep vezels). Dit kwam de staalindustrie natuurlijk niet goed uit.

Bekijk hier de video van de Ford Hempcar!

De vele ecologische voordelen van de hennepteelt werden overschaduwd door minder duurzame maar economisch interessantere alternatieven. Ontwikkelingen in de scheikunde maakten het mogelijk vele alternatieven te ontwikkelen voor natuurlijke grondstoffen (rubber, sisal, hennep) waardoor westerse landen zich onafhankelijker konden opstellen van de olieproducerende landen. Plastiek, nylon en fossiele brandstoffen leken in het midden van vorige eeuw de materialen en grondstoffen van de toekomst te worden. Vandaag is het pijnlijk duidelijk geworden wat de politieke gevolgen zijn van een economie die draait om niet hernieuwbare grondstoffen zoals olie (oorlog!) en is er gelukkig opnieuw aandacht voor hernieuwbare grondstoffen (bio-diesel) en planten (oa hennep).